Schriftlezing: Neh. 5:1-19 - tekst: Neh. 5:11
“Zorgen voor elkaar”. Dat is ons thema. We leven in een wereld waarin dat niet vanzelfsprekend is. We zien heel vaak dat ieder opkomt voor zijn eigenbelang. Ons eigenbelang gaat vaak ten koste van het belang van anderen. We zien dit in het groot en in het klein. We zien de ander vaak niet staan en zorgen dat wij vooral aan onze trekken komen. Dat kan in het huwelijk, op school, op het werk. Huwelijken lopen soms op de klippen, omdat man en vrouw elkaar niet meer zien staan. Er is geen zorg meer voor elkaar. Men is elkaar uit het oog verloren en leeft alleen nog zijn eigen leven, voortgedreven door eigenbelang.
Dit kan ook gebeuren op het werk. De collegialiteit is vaak ver te zoeken. De een wil promotie maken ten koste van de ander. Daardoor kan het ook gebeuren dat we de ander zwart maken. We willen een wit voetje halen bij de chef om zo onze kans op promotie te verhogen.
Maar ook in de grote wereld om ons heen gebeurt dit. Het ene land wil heersen over het andere. Men wordt gedreven door handelsbelangen of militaire belangen. Menig land wil groot zijn en schitteren. Soms valt men zelfs een ander land binnen om de eigen invloed te vergroten of vanwege de rijke bodemschatten van het andere land. Is dit wat God ons geleerd heeft in zijn Woord?
In de Bijbel lezen we het tegendeel. Jezus leert ons: “Heb de naaste lief als u zelf”. Paulus schrijft in zijn brieven: “Heb elkaar lief”. En het Bijbelgedeelte dat wij vanmorgen gelezen hebben, laat dat ook duidelijk uitkomen.
Voor de meesten van ons is het boek Nehemia niet zo bekend. Wie was deze Nehemia eigenlijk? Hij was de wijnschenker van de koning van Perzië. Hij is een jood van origine en hij leeft mee met wat er gebeurt in zijn verre vaderland, in Jeruzalem. Jeruzalem is door de Babyloniërs verwoest. De muren liggen in puin. Stad en muren moeten herbouwd worden, zodat de uit ballingschap teruggekeerde joden weer veilig kunnen wonen. Nehemia vraagt dan aan de koning om naar Jeruzalem te mogen gaan en te helpen bij de herbouw van de stad. De koning stemt toe en stelt Nehemia zelfs aan tot gouverneur van Juda.
Maar de herstelwerkzaamheden zijn niet gemakkelijk. De bevolkingsgroepen, die na de ballingschap in Juda zijn komen wonen, maken het de teruggekeerde ballingen niet gemakkelijk. Ze hinderen hen in de herbouw van de stad. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon vandaag de dag. Toch raken de joden een heel eind op dreef met de herbouw van de stad en de muren.
Maar dan komt er een kink in de kabel. Er treedt hongersnood op. Doordat men werkt aan de herbouw kan men niet werken op de velden. Er wordt niet geoogst. En dat betekent nogal wat. Sommigen hebben hun akkers, wijngaarden en huizen in onderpand moeten geven om graan te kunnen kopen. Weer anderen hebben dat moeten doen om hun belastingen te kunnen betalen. En weer anderen hebben zelfs hun zonen en dochters als slaaf moeten verkopen om hun schulden te kunnen betalen of om graan te kopen. U begrijpt het: er is heel wat verdriet in Juda, er is grote sociale nood.
De Bijbel is niet alleen een boek waarin het gaat om onze verhouding tot God. Ook onze verhouding tot de naaste wordt daarin beschreven. Hoe is die? Is er eigenbelang in het spel of juist zorg voor de ander?
In het boek Nehemia wordt dit beschreven. Het is eigenlijk het dagboek van de gouverneur. Hij schrijft hierin wat hij meemaakt en hoe hij reageert. Als het volk met klachten bij hem komt dat het water hen aan de lippen staat, wordt hij woedend. Dit kan toch niet! De rijken worden rijker en de armen armer! Hier moet iets aan gedaan worden! En wat doet Nehemia? Hij besluit hier iets aan te doen en hij voegt de daad bij het woord. Hij roept de vooraanstaande burgers en bestuurders in een vergadering bij elkaar. En het lukt hem om die mensen bij elkaar te krijgen.
Daar zitten ze dan. Ze luisteren naar de woorden van de gouverneur. Die woorden zijn niet mals, maar beschuldigend en confronterend. Nehemia is geen lafaard, maar durft te zeggen waar het op staat. Durven wij onze mond open te doen als we onrecht zien of kijken we weg, laten we het gebeuren? Nehemia niet. Hij noemt man en paard. Hij werpt hen voor de voeten dat ze woekerrente vragen bij een lening. Ze maken misbruik van de nood van anderen om zichzelf te verrijken. Dat kan toch niet!
De teruggekeerde joden hebben volksgenoten, die bij vreemden in slavernij waren geraakt, vrij moeten kopen. En nu zijn joden slaaf van joden. Dat kan toch niet!
Nehemia benoemt het onrecht. En zijn woorden hebben effect. Wij denken soms: Wat hebben mijn woorden voor effect? Wat kan ik bereiken? Ja, Nehemia was gouverneur, een vooraanstaand politicus, maar ik ben slechts een eenvoudige man of vrouw met weinig of geen invloed. Wat kan ik doen? Maar iedereen kan wat doen in zijn of haar eigen situatie. We kunnen stappen zetten, ook al zijn die klein.
De hoorders van Nehemia, de vooraanstaanden en de bestuurders, de machtigen en de rijken, hebben geen weerwoord. Nehemia’s woorden slaan in als een bom. Nehemia heeft helemaal gelijk!
En dan doet Nehemia een voorstel. We lezen het in de tekst van vanmorgen: ”Geef onze volksgenoten daarom vandaag nog hun akkers terug, hun wijngaarden, olijfbomen en huizen, en scheld de rente kwijt van het geld en het graan, de wijn en de olie die u aan hen hebt geleend”.
In feite stelt Nehemia hier voor het jubeljaar te vieren. In het jubeljaar moeten alle verpande en in beslag genomen eigendommen worden teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren. Dat zegt de wet van Mozes. Waarom zegt die wet dat? Om aan iedereen gelijke kansen te geven. Rijken mogen zich niet verrijken ten koste van de armen. Armen moeten verzorgd worden en niet uitgebuit. Dat is de kern van de naastenliefde. Het volk Israël kreeg deze wet in de Sinaï, toen het op weg was naar het beloofde land. God voorzag hoe het daar mis kon gaan, hoe de ene mens de ander soms behandelt, hoe er een grote kloof kan ontstaan tussen arm en rijk.
In sommige landen in de wereld is die kloof erg duidelijk, vooral in de derde wereld. Je hebt er superrijken, die wonen in mooie villa’s, uitgaan en feesten vieren. Maar je hebt er ook straatarme mensen, die in sloppenwijken wonen, die honger en armoede lijden. Soms leven arm en rijk niet eens ver van elkaar. Wat een tegenstellingen! We hebben dit destijds gezien in Brazilië. Zo’n samenleving wil God niet. We moeten zorgen voor elkaar.
Onze economie zou er heel anders uitzien als we het jubeljaar weer gingen invoeren. We durven het eigenlijk niet aan. Maar de rijken in Juda durven het wel aan. Ze willen alles teruggegeven waarmee ze zich verrijkt hebben. En hun woorden zetten ze kracht bij door dit plechtig te beloven in de aanwezigheid van priesters. Want we beloven vaak wel wat, maar doen we het ook? We nemen ons vaak goede dingen voor, vooral aan het begin van het nieuwe jaar, maar voeren we ze ook uit? “Onze geest is wel gewillig, maar ons vlees is zwak”, schreef de apostel Paulus al. En dan lezen we letterlijk in onze perikoop: ”Iedereen kwam zijn belofte na”. Dat is mooi, maar houden we dat ook vol?
In het tweede deel van onze perikoop lezen we hoe Nehemia zelf het goede voorbeeld geeft. Hij heeft nooit een vergoeding gevraagd voor de kosten die hij als gouverneur moest maken. Zijn voorgangers hebben het volk daarvoor zware belastingen laten betalen. Zo niet Nehemia. Hij stelt zichzelf ten voorbeeld.
Nu zult u misschien denken: Wat een opschepper is die man. Maar Nehemia hing niet aan de grote klok wat hij deed. “Laat uw linkerhand niet zien wat uw rechterhand doet”, zei Jezus al. Nee, Nehemia schreef het alleen in zijn dagboek. Hoe dit wereldkundig geworden is, is weer een ander verhaal. Zijn dagboek kwam toch terecht in de Bijbel. Waarom? Omdat Nehemia leefde en handelde in de geest van de wet van Mozes. Eeuwen later kunnen wij zijn dagboek nog nalezen.
Nee, Nehemia was niet bedacht op zijn eigenbelang, op zijn comfort, op zijn luxe. Hij kwam uit zijn comfort zone en hielp zelf mee aan het herstel van de stadsmuur. Nam hij zelf de troffel in de hand en hielp hij bij het metselen? Het zou zomaar kunnen. In elk geval stak hij de handen uit de mouwen.
Hij gaf het goede voorbeeld. Hij heeft zich nooit grond toegeëigend, schrijft hij. Hij verrijkte zich niet ten koste van anderen, hoewel hij dat heel makkelijk had kunnen doen. Ook zijn mannen hielpen bij de herstelwerkzaamheden. Hij hield rijke banketten, die hoorden bij zijn positie. Maar hij bracht het nooit in rekening. Waarvan hij dat dan betaalde, schrijft hij niet. Misschien had hij toch nog enig geld op zijn bankrekening staan.
En dan zegt hij aan het eind van onze perikoop: “Mijn God, reken mij ten goede aan wat ik voor dit volk heb gedaan”. Het is eigenlijk een gebed, waarin hij aan God vraagt om notie te nemen van zijn goede daden. Denkt Nehemia dan dat hij gerechtvaardigd zal worden door zijn goede werken? Het lijkt erop, maar hij weet uit eigen ervaring en uit de praktijk dat wij zondige mensen zijn die Gods genade en vergeving nodig hebben.
Zoals God onze schulden kwijtscheldt als wij in berouw tot Hem komen, zo moeten we elkaar vergeven en nieuwe kansen geven. En dat is niet altijd gemakkelijk. Onze trots zit ons soms in de weg. We vragen geen vergeving en we schenken geen vergeving. Zo zitten wij soms in elkaar.
“Zorgen voor elkaar”. Dat was het thema van vanmorgen. We mogen ook kijken naar Jezus, hoe Hij voor ons gezorgd heeft door zijn leven voor ons te geven. Hij stierf aan het kruis en betaalde onze schuld die wij bij God hadden en hebben.
Zorgen wij voor elkaar?

Maak jouw eigen website met JouwWeb