EEN LICHT OP MIJN PAD
Gedachten over Ps. 119:105 en 106
Meest gelezen
Het boek van de Psalmen is een van de meest gelezen boeken uit de Bijbel. Hoe komt dat? Dat komt, omdat we zoveel in de psalmen herkennen. Ze lijken zo menselijk. Niet voor niets wordt het boek van de Psalmen in de joodse kanon gerekend tot de geschriften. Men beschouwt de geschriften als een menselijke reactie op de thora, de eerste vijf boeken van de Bijbel, de boeken van Mozes.
Vaak uit de dichter van een psalm een klacht tot God. Hij schreeuwt soms om hulp. Een voorbeeld is Ps. 22:2, waar we lezen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit”. Deze woorden heeft Jezus ook uitgeroepen aan het kruis. Voor Hem was God ver weg en Hij schreeuwde om zijn hulp. Hij voelde Zich van God en mens verlaten.
Vaak ook dankt de dichter God voor zijn redding. God heeft zijn gebed verhoord. Hij kan weer verder gaan in zijn leven.
En we lezen dan ook vaak, dat de psalmdichter God looft en prijst vanwege zijn grote daden. Hij maakt Gods naam groot.
Deze drie elementen (klacht, dank en lofprijzing) vinden we vaak terug in een en dezelfde psalm. Het kan ook zijn, dat er veel tijd zit tussen de verschillende onderdelen van een psalm, bijvoorbeeld tussen klacht en dankzegging en tussen dankzegging en lofprijzing.
De psalmen werden vaak gezongen tijdens de pelgrimstochten van de Israëlieten naar Jeruzalem. Ze gingen en masse naar Jeruzalem om God te aanbidden in de tempel of om de grote feesten te vieren, zoals het Paasfeest, het Pinksterfeest of het Loofhuttenfeest. Deze psalmen noemen we pelgrimsliederen.
Ook werden psalmen gezongen in de tempel door een priesterkoor. Ze vonden dan hun plaats in de eredienst. Soms staat boven een psalm geschreven waarvoor hij bedoeld is.
Naar het voorbeeld van het Oude Testament zingen ook wij psalmen in de eredienst. Sommige psalmen zijn populair en bekend, andere minder.
Psalm 119, waarvan ik nu de verzen 105 en 106 ga bespreken, is een van de bekendere psalmen. De gemeente zingt hem graag.
De vreugde van de wet
In deze psalm gaat het over de vreugde van de wet. Voor veel mensen het woord “wet” iets strengs en kouds. Men denkt aan strenge aanwijzingen en knellende voorschriften. Maar zo is het woord wet in de Bijbel niet bedoeld. Het Hebreeuwse woord voor wet betekent zoiets als “richtingaanwijzing”. Hier op Curaçao staan er soms nog oude ANWB-borden, die de weg wijzen naar een wijk of dorp. Zo is de wet in het Oude Testament bedoeld. De wet van God geeft richting aan ons leven. De wet van God is niet bedoeld om ons te knellen, maar juist om ons in de vrijheid te zetten, om onze vrijheid te garanderen. De wet staat als het ware als een omheining om onze vrijheid, om die te beschermen. Want wat heb je aan vrijheid als er wetteloosheid is? In sommige landen heerste er anarchie (wetteloosheid) en in sommige landen is dat nog zo. De regering functioneert niet meer, de beschermende hand van leger en politie is weggevallen. Ieder doet wat goed is in zijn ogen. Met alle gevolgen van dien: men is niet meer zeker van zijn leven of van zijn bezittingen. Ze kunnen elk moment worden afgenomen door gewapende benden en criminelen.
God heeft Israël en ons dus de wet gegeven om onze vrijheid te garanderen. Toen God in de Sinaï-woestijn aan het volk zijn geboden gaf, waren die geboden bedoeld om het leven in het nieuwe, beloofde land, te reguleren. In het Beloofde Land moest er een geordende maatschappij komen, waar het goed was om te toeven. Het ideaal van elke Israëliet was te zitten onder zijn vijgenboom en wijnranken, in rust en vrede.
In Israël werd de wet dus niet als iets negatiefs gezien, maar juist als een bron van vreugde. Nog heden ten dagen vieren de joden het feest van de vreugde der wet.
Zo uit de dichter van Psalm 119 vers na vers zijn vreugde over Gods wet. Gods wet is ook zijn woord. God heeft zijn wetten doorgegeven via Mozes. “Uw woord is een lamp voor mijn voet”, zegt de dichter in vers 105. Wat bedoelt hij daar precies mee? In het Israël van zijn dagen waren de straten ’s avonds heel vaak niet verlicht. Je moest oppassen, dat je niet in een kuil viel. Daarom had je een lantaarn nodig, zodat je kon zien waar je liep en niet struikelde en je been brak. Die lantaarn gaf licht in de duisternis. Zo ziet de dichter Gods woord als een lamp voor zijn voet, een licht op zijn pad. Soms leven we geestelijk in duisternis. Veel mensen kennen God niet. Ze hebben Hem nooit gekend of ze kennen Hem niet meer. In onze dagen is er veel geloofsafval. Aan de ene kant is dit een verdrietige zaak. Mensen raken los van God en zijn gebod met alle gevolgen van dien. De wet van God wordt steeds meer terzijde gelegd. Het lijkt wel of de mens zelf zijn wetten stelt in plaats van te luisteren naar Gods gebod. Een van de gevolgen hiervan is, dat de onveiligheid in onze wereld toeneemt en dat er meer criminaliteit is, fraude en bedrog. Velen kennen het verschil tussen het mijn en dijn niet meer. Aan de andere kant heeft Jezus gevraagd aan zijn discipelen: “Zal de Mensenzoon nog geloof vinden op aarde als Hij terugkomt?”
Rechtvaardige voorschriften
De psalmdichter zegt in vers 106, dat hij zweert zich te houden aan Gods rechtvaardige voorschriften. Hij wil niet meedoen aan de wetteloosheid. Hij wil zich laten leiden in zijn doen en laten door Gods wet. Hij drukt zich heel sterk uit: hij zweert zich te houden aan Gods wet. Hij roept Gods naam aan bij dat voornemen. En dat is nogal wat. Hij roept iedereen op om er getuige van te zijn, dat hij zich houdt aan Gods voorschriften. Hij noemt die rechtvaardig. Dat Gods voorschriften rechtvaardig zijn, is zijn drijfveer. Gods woord en wet hebben voor hem gezag. En hij voegt eraan toe: “En ik zal mijn eed gestand doen”. Hij is er zeker van, dat hij zich gaat houden aan Gods wetten. Nu is iedereen een zondaar, ook de dichter van Psalm 119. Niemand kan zich voor de volle honderd procent houden aan Gods wet. De apostel Paulus heeft dat in het Nieuwe Testament heel duidelijk laten zien. Leest u zijn brieven er maar op na. We zijn zondaren en we hebben vergeving nodig. En we mogen weten: als we onze schuld belijden en vragen om vergeving op grond van het werk van Jezus Christus in kruis en opstanding, dan is er vergeving. En voor die vergeving mogen we dankbaar zijn. We mogen die dankbaarheid ook uiten in onze woorden en daden. We mogen voortaan een oprecht voornemen hebben ons leven te beteren en te leven naar Gods wil en wet. In die zin mogen we de woorden van de dichter van Psalm 119 ook verstaan. We mogen het Oude Testament ook lezen in het licht van het Nieuwe. We mogen ons ter harte nemen wat Jezus gezegd heeft over wet en profeten.
Psalm 119 laat ons dus zien, dat we ook in deze tijd van terrorisme en geweld, oorlog en armoede, honger en ziekte, Gods wet mogen gehoorzamen. Gods wet wil een heilzame uitwerking hebben op deze wereld en op ons persoonlijk. Hoe zou deze wereld er uit zien als iedereen zich hield aan Gods wet? Die vraag kunt u zelf beantwoorden.
Psalm 119 laat ons ook zien, dat ons geloof een houvast kan bieden in de duisternis, met name Gods woord kan dat doen.
We mogen bidden voor deze wereld, dat die Gods woord aanneemt en daarnaar leeft. We mogen bidden voor onze kinderen, die soms niet meer naar de kerk gaan, dat zij het licht van het Woord (weer) gaan zien; dat ze daaraan geestelijk houvast zullen krijgen.
Ja, het geldt voor ons allemaal, wie we ook zijn en waar we ook vandaan komen: Gods Woord is een licht op ons pad.
over zingeving
Welkom op de 'Artikelen' pagina van Emeritus Verbi Divini Minister Hans Végh. Hier deel ik graag mijn gedachten en inzichten om u iets mee te geven op uw levenspad. Deze artikelen zijn bedoeld om te inspireren en aan te zetten tot nadenken.

Duik in de geschiedenis
Commentaar op dr. J.P. van Riessen, De laatste droom van de maakbare mens. Over kunstmatige intelligentie, technologisch idealisme en ontmenselijking, uitg. Eburon, Utrecht 2026
Ik vind het moedig dat Jan van Riessen dit boek geschreven hebt. AI is een moeilijk probleem. Er zitten vele kanten aan. Is zij de mensheid tot hulp of dreigt ze de mensheid te overheersen? De slotconclusie is: we weten het niet. Van Riessen schrijft dit op grond van een ver doorgevoerde methodische scepsis. Ik denk dat hij daarin gelijk heeft, maar tegelijkertijd heb ik me erover verwonderd dat hij over dit onderwerp puur geschreven heeft vanuit filosofisch oogpunt, terwijl hij ook theoloog en predikant is. Misschien had hij ook iets kunnen zeggen over dit onderwerp vanuit bijbels perspectief, want er valt heel veel te zeggen over AI vanuit bijbels perspectief.
Tegelijkertijd verwonder ik me erover dat de landelijk pers zwijgt over zijn boek, een belangrijke publicatie in verband met AI. Ik vraag me af wat daarvan de reden is.
Een paar inhoudelijke opmerkingen:
In hoofdstuk 3 (p. 21) schrijft Van Riessen over idealisme als zelfcreatie. Het is m.i. niet verkeerd als de mens streeft naar een betere wereld. Het paradijs is verloren en ik kan me voorstellen dat de mens verlangt naar herstel hiervan. Het streven is goed, maar de vraag is of dit streven haalbaar is. Ik denk van niet. De zonde zit de mens in de weg. Hij moet hiervan verlost worden door Christus. Christus schept in ons een nieuwe mens. Uit zichzelf is de mens hiertoe niet in staat. Dat betekent dat we ons allemaal moeten bekeren tot Christus. Zie de brieven van Paulus.
Erger wordt het als AI de mens zou gaan overheersen. Als AI de beslissingen neemt en de mens daaraan onderworpen wordt. Dat zou een nieuwe slavernij betekenen, terwijl we in Paulus’ brieven lezen dat Christus ons bevrijd heeft van de slavernij van de zonde.
In hoofdstuk 5 (p. 28) schrijft Van Riessen dat de mens dreigt te leven in een virtuele wereld. De kans is aanwezig dat we wegdromen in een virtuele wereld, en geen oog meer hebben voor de werkelijke wereld, die beheerst wordt door de machten (van de duisternis). We zijn dan kwetsbaar voor deze machten. We moeten ons daartegen wapenen met het geloof.
Op p. 30 schrijft hij over mensverbetering. Natuurlijk is het goed dat de mens verbeterd wordt, lichamelijk. We zijn gebrekkig en kwetsbaar, maar gelukkig is er de medische wetenschap die ons verder kan helpen. AI kan daarbij behulpzaam zijn. Maar nu is het gevaar dat de mens denkt dat hij het eeuwige leven op aarde kan bereiken en dat is niet zo, want we zijn en blijven kwetsbare mensen. De dood heerst op deze aarde tot Christus terugkomt. En AI kan de mens niet verbeteren in geestelijke zin. Dat kan alleen het evangelie van Christus. De AI heeft daarvoor te weinig tools in huis. Zij is alleen technisch, niet geestelijk en heeft voor dat laatste ook geen antenne. Zie p. 31 van het boek.
Op p. 32 schrijft de auteur over manipulatie van de mens. Ik ben er ook bang voor dat AI de mens kan manipuleren. Bepaalde overheden zullen dat zeker gaan proberen. In de voormalige Sovjet-Unie heeft men ook geprobeerd de mens te manipuleren: via propaganda en psychofarmaca in de ziekenhuizen en klinieken. Vgl. ook het boek 1984 waarin George Orwell zegt: Big brother is watching you. Men zal AI gaan gebruiken voor bewakingscamera’s. Niets zal aan het oog van de overheid kunnen ontsnappen. Beveiligingscamera’s kunnen hiertoe misbruikt worden. Overal is cameratoezicht.
In hoofdstuk 6 schrijft Van Riessen (op p. 34) dat de mens aan authenticiteit zal verliezen. Dat zou kunnen. Hij wordt dan een robot, zonder bewustzijn, zonder gevoel voor schoonheid, geluk, goedheid, enz. (p. 35). Alleen het evangelie brengt ons deze waarden bij. Maar gelukkig is er nog zoiets als ‘algemene genade’ waardoor God deze dingen ook kan schenken aan niet-gelovigen, mits die ervoor openstaan en niet zijn misvormd door de werking van AI.
Op p. 35 vraagt de schrijver zich af of superintelligentie het eind van de mensheid betekent. Het betekent in elk geval het einde van de huidige mens en het begin van de nieuwe. Maar, zoals gezegd, de nieuwe kan alleen ontstaan doordat hij herboren wordt in Christus. En wanneer komt er een eind aan de mensheid op zichzelf? Door een atoomoorlog, door de verwoesting van het milieu, door de botsing van de aardde met de zon? Het is allemaal mogelijk. Ik denk eerder dat er een eind komt aan de huidige mensheid door de wederkomst van Christus. Dan ontstaat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Op p. 36 schrijft Van Riessen over het ontwikkelen van een ethische standaard in verband met het gebruik van AI. Op zichzelf is dat goed. De Bijbel kan daarbij behulpzaam zijn. Maar ik denk tegelijkertijd dat regulering en standaardisering geen zin heeft, want deze ontwikkelingen kun je toch niet tegenhouden. Ze lijken autonoom over ons heen te komen. Daarbij zijn bewustzijn en verantwoordelijkheid belangrijk. Hoe ga ik hiermee om?
Op p. 40 schrijft hij over idealistische vooruitgangsdrift. Op zichzelf is het streven naar vooruitgang goed, maar de werkelijkheid is weerbarstig. De mensheid gaat niet in een rechte lijn vooruit, maar er is ook steeds een terugval. Het is zelfs zo dat bepaalde wetenschappelijke inzichten vergeten worden. Wat dat betreft valt er vanuit de samenleving van China en India nog veel te leren.
Op p. 44 citeert de auteur Foer die spreekt over automatisering en homogenisering van het leven. Het zou kunnen dat AI daarvoor zorgt. Het leven wordt gestandaardiseerd. AI is niet in staat tot veelkleurig denken. Ze is beperkt omdat ze fysiek van aard is. Het geestelijk leven zal onder AI zwaar te lijden hebben.
Op p. 46 schrijft Van Riessen dat de moderne mens zich schromelijk overschat. We leven nu weer in een tijd van optimisme. Men heeft veel vertrouwen in de wetenschap. De wetenschap vervangt vaak het geloof. Aan de andere kant zijn veel mensen pessimistisch. De oorlogen gaan maar door en de mens lijkt niets te leren van de geschiedenis. Hierbij hoort het egocentrisme (p. 47). De mens denk vaak alleen aan zichzelf. Het evangelie leert ons de naastenliefde. Van Riessen schrijft op p. 49 terecht over de desintegratie van de mensheid. ‘Ieder voor zich en God niet meer voor ons allen’, luidt vaak het devies. We zien dit ook in de polarisering her en der. Onze maatschappij fragmenteert. De mens heeft dit vaak niet door. Men leeft in de waan van de autonomie en de eigenmachtigheid (p. 50).
Is de neergang van de wereld onafwendbaar? (p. 52). Zo pessimistisch ben ik niet. Er zijn heden ten dage veel onheilsprofeten. Het zou kunnen dat de westerse wereld ten einde loopt. Maar dan komen er nieuwe werelden, tot Christus terugkomt. Het oude gaat voorbij, het nieuwe komt: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat de westerse wereld voorbijgaat heeft te maken met het loslaten van het evangelie. Men is stuurloos en op zichzelf gericht. De mens is zijn eigen vijand. De mens creëert zijn eigen ondergang, door hebzucht en machtswellust. Het individualisme (p. 53) heeft hier ook mee te maken. De maatschappij valt uiteen, in het ene deel van de wereld meer dan in het andere. De globalisering kan dit niet tegengaan. Op zichzelf ben ik niet tegen globalisering. Ze kan de mens helpen bij de oplossing van de problemen, namelijk door samen te werken. Daarom ben ik blij met een instituut als de Verenigde Naties. Al is het gebrekkig, het streven is goed. Het handvest van de Verenigde Naties is lezenswaard en m.i. geïnspireerd door het evangelie. Het is verontrustend dat tegenwoordig het internationaal recht door velen op de schroothoop wordt gegooid. Vaak geldt het recht van de sterkste, terwijl het evangelie juist oog heeft voor de zwakken. Dit is geen ziekelijk instelling, een idee van softies en loosers, maar juist het betoon van kracht. Op p. 57 schrijft de auteur over de ‘survival of the fittest’. Het is een idee dat Darwin kreeg uit de natuur. Maar het evangelie gaat daar tegenin. Dat spreekt over de zorg voor de zwakken.
Op p. 59 schrijft Van Riessen over de Verlichting. Pas nu worden de ideeën van de Verlichting in Europa massa breed begrepen en geloofd. Het gaat over de autonomie van de mens die zijn eigen beslissingen neemt en zich niet meer laat gezeggen door de kerk of het evangelie. In de Verlichting overheerst het rationalisme. Alleen wat ik met het verstand kan doorgronden is waar. Alleen het zichtbare aardse is waar. Er is niets tussen hemel en aarde. Maar dat het verstand van de mens beperkt is, bedenk men niet. Er bestaat meer tussen hemel en aarde dan wij kunnen bevroeden.
Op p. 63 schrijft hij dat de mensheid bij AI gedetermineerd wordt door de algoritmen. Of het zover is, weet ik nog niet, maar als het zover zou komen, zou ik het heel erg vinden. De mens is dan zijn vrijheid kwijt en Silicon Valley overheerst ons dan.
Op p. 69 schrijft Van Riessen dat er op geen enkele wijze met empirisch aantoonbare signalen aangetoond kan worden dat de toekomst voorspeld kan worden. Ik denk dat hij daarin gelijk heeft. De mens kan niet de toekomst voorspellen. Dat konden alleen de profeten in het Oude en Nieuwe Testament, maar hun profetieën behelsden meer een uitsprak dat het mis zou gaan als men Gods gebod niet opvolgde. De profeten kwamen op voor de waarheid, ook als die onverteerbaar was. Wel kent de Bijbel beschrijvingen van de toekomst: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde die zullen komen als Christus terugkomt, een hersteld paradijs (de Openbaring van Johannes).
Op p. 77 schrijft Van Riessen dat AI geen inzicht heeft zoals de menselijke geest dat wel heeft. Hij heeft gelijk. AI is meer fysiek dan geestelijk. Misschien is het straks zelflerend, maar inzicht is iets anders. De mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis en heeft daardoor inzicht, zeker als hij geleid wordt door Gods Geest. AI is een dood ding en heeft beperkingen. Computers hebben geen gedachte (p. 79). Ze hebben zeker geen gevoel , zoals liefde, gevoel voor schoonheid, genot. Ze hebben geen bewustzijn.
Op p. 92 gaat het over realiteit en fantoom. Het gaat bij de AI-futuristen om een gerealiseerde en volmaakt toekomstige wereld. De vraag is: kan AI een toekomstige volmaakte wereld realiseren? De AI kan wel helpen om de wereld beter te maken (als hij haar niet slechter maakt), maar haar vervolmaken kan m.i. niet vanwege de haar aanklevende zonde. De volmaakte wereld realiseren doet mij denken aan de ‘realised eschatology’ (in Christus is de toekomst al gerealiseerd; in Hem is het Koninkrijk gekomen. Tegelijkertijd leven we in een spanning tussen het nu en straks. Het Koninkrijk is in principe gerealiseerd, maar zal zich straks ten volle baan breken). Op p. 95 haalt de auteur Houellebecq aan die spreekt over genetische manipulatie. We zijn ver van huis als AI gebruikt wordt om de mens genetisch te manipuleren. Dan verandert de mens de schepping. We zien dat, overal waar de mens ingrijpt in de natuur, de natuurlijke balans verstoord wordt met verregaande gevolgen. AI mag wel bijdragen in het bestrijden van ziekten, maar niet de mens manipuleren, genetisch muteren. Dan grijpt hij direct in in het natuurlijk proces. Het gevaar is ook dat alle mensen op eenzelfde wijze gemuteerd wordt, zodat er een eenvormige mensheid ontstaat, wat in strijd zou zijn met de veelkleurige schepping van God. Elk mens is uniek. Die uniciteit zou dan tenietgedaan worden. Ik denk hierbij ook aan het experiment van de nazi’s om volmaakte Germanen te creëren. De Germanen waren het ‘Herrenvolk’ en de rest waren ‘Untermenschen’. Sommige van die ‘Untermenschen’ moesten vernietigd worden, evenals de zwakken in de samenleving, zoals geestelijk gehandicapten. Misschien dat de nazi’s niet probeerden de mens genetisch te manipuleren. Ik weet niet of ze dat al konden, mar als ze het konden, hadden ze het zeker gedaan. Ze probeerden wel een zuiver ras te creëren.
Datzelfde geldt voor de neurofysische updates (modificaties) van de mens (p. 97). Het gevaar bestaat van een bijna goddelijke greep op de totale werkelijkheid (p. 99). De mens wordt God. Hij gaat op Gods troon zitten. Dit is een verschrikkelijke hoogmoed die zich tegen hem gaat keren. “Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen”, lezen we in de Heilige Schrift. En “hoogmoed komt voor de val”, lezen we er ook. We kunnen ook denken aan de torenbouw van Babel in Genesis 10. De mens wilde de hemel bestormen en die bezetten. Het heeft zich tegen hem gekeerd.
Op p. 101 gaat het over de ‘wishful thinking’ van de AI-specialisten. De wens is de vader van de gedachte, maar het betekent nog niet dat die gerealiseerd wordt. De mens kan heel veel, maar overschat zichzelf. Hij is geen God die de schepping kan overrulen.
Op p. 101 gaat het over het totalitarisme. Het gevaar is dat dictatoriale regimes misbruik maken van AI om hun politiek uit te voeren. Mensen moeten onmondig worden gemaakt, een slaaf van de staat, willoze objecten die gemanipuleerd kunnen worden. Hier komt de vrijheid in het gedrang, evenals de veelkleurigheid van de mens. Zijn wij dan medeverantwoordelijk voor totalitarisme elders in de wereld (p. 108)? Ik denk van niet. Wat in de schepping vervat is kan ten goede gebruikt worden of ten kwade. Dat is de verantwoordelijkheid van ieder mens persoonlijk. Ik ga er niet in mee om het Westen van alles de schuld te geven. Natuurlijk, er is veel fouts in het Westen, maar ook veel goeds.
De westerse wereld wordt opnieuw bedreigd door technocraten van de hedendaagse superieure technologie (p. 113). Er zijn bedreigingen legio in deze wereld. Uitvindingen kunnen ten goede gebruikt worden, maar ook ten kwade. Dat geldt ook voor AI. We mogen hopen en bidden dat de mens ze ten goede gebruikt, tot zegen van de mensheid. De satan kan ze echter ook voor slechte doeleinden laten gebruiken. “Leid ons niet in verzoeking en verlos ons van de boze”, leert Jezus ons bidden in het Onze Vader. De mens heeft de hulp van de Geest nodig om te ontkomen aan de verleidingen en verlost te worden van de boze, want de AI-technocraten zouden in staat kunnen zijn de wereld te overheersen met hun nieuwe tool, de AI.
OpenAI claimt de menselijke intelligentie te gaan overtreffen (p. 116). We zullen het zien. Niets is zeker. Toch denk ik dat AI beperkt is en niet beschikt over alle menselijke faculteiten. In die zin is de mens uniek en onovertrefbaar. We kunnen ook zeggen: Gods schepping is onovertrefbaar. Misschien moeten we wel zeggen: God was de onovertroffen AI-technocraat die de wereld ontworpen en geschapen heeft. Als de mens dat inziet, wordt hij bescheiden.
Op p. 133 worden complottheorieën genoemd. Er zijn er tegenwoordig legio in deze wereld. Ze voorspellen horrorscenario’s, een verschrikkelijke toekomst, samenzweringen tegen de mensheid van een elitair groepje mensen. Deze theorieën zijn onbewezen, maar worden soms grif geloofd. Ze brengen angst in deze wereld, Een zo’n complottheorie zou kunnen gaan over AI. De meest verschrikkelijke scenario’s worden aan haar toegeschreven. Wat is daarvan waar? Niemand die het weet. Maar we moeten wel op onze hoede zijn, want voor we het weten zijn we in een valkuil getrapt. Het perspectief was en is aanlokkelijk, maar bij nader beschouwing donker. Moet er een ‘verlosser’ komen die orde in de chaos kan scheppen? De enige leidraad is Gods Woord. De spreekt over een nieuw paradijs, waar onze angsten worden uitgebannen. “Komt tot Mij en Ik zal u rust geven”, zei Jezus al.
Intussen heerst er een libertinistische sfeer in onze wereld, een streven naar absolute vrijheid, hedonisme en decadentie (p. 134). Hier moeten we niet ongenuanceerd zijn. Dit geldt alleen voor het Westen. In de rest van de wereld ligt dit anders. Desalniettemin worden wij erdoor bedreigd. Zedelijk verval is een voorbode van de ineenstorting van een beschaving. Door welke beschaving wordt de onze dan opgevolgd? De Chinese? Daar is voor te vrezen. Daar heersen onvrijheid en manipulatie. De individuele mens telt dar niet. Wordt onze beschaving opgevolgd door de Russische? God verhoede het. In Rusland worden wel christelijke waarden gepropageerd, maar in een heel bepaalde context. In die context is er sprake van bruut geweld en onderdrukking, leugen en bedrog, ontmenselijking en bedreiging van de mensheid door nucleaire wapens. De mens moet buigen voor de staat en heeft zelf niets in te brengen. Hij is een marionet, een speelbal van de machten.
Op p. 139 gaat het over de misleiding door de ‘wereldscheppers’. Ja, het gevaar van misleiding bestaat. Er worden ons mooie verhalen voorgehouden, droomperspectieven, maar vaak zijn het alleen maar woorden, lege woorden die tot niets leiden, alleen tot chaos en ondergang. Hitler en Stalin hebben dat laten zien. Maar ook Mao Ze Dong met zijn Culturele Revolutie.
Door de dictators wordt elk verzet gebroken (p. 147). Veel mensen zijn bang en durven niet tegen de machten op te staan, ook niet tegen AI als die totalitaire trekken krijgt. Het verleidelijke is dat het verkrijgen van totalitaire macht geleidelijk gaat, zodat we er geen erg in hebben. De grenzen worden telkens een beetje opgerekt en telkens ontstaat er bij ons gewenning, tot het te laat is. Dan zitten we in de val en kunnen er niet meer uitkomen. Dit klinkt pessimistisch en is het ook. Maar het geloof kan bergen verzetten, zei Jezus. De apostelen hebben dat ook laten zien, in navolging van hun Heer.
Op p. 152 gaat het over de filosofische wetenschap die het dreigend totalitair idealisme aan de kaak stelt, om daarmee te laten zien dat zelfs de eerste en oudste koningin der wetenschappen de grenen van haar wijsheid moet erkennen. Wat bedoelt Van Riessen daarmee? Kan de filosofie ons helpen in het doordenken van de problemen rond AI? Ze kan ons zeker helpen. Maar is ze de oudste wetenschap? Ik dacht dat de theologie de oudste wetenschap was en de ‘regina scientiarum’ wordt genoemd. Daarentegen wordt de filosofie de ‘ancilla theologiae’ genoemd. Ik denk dat uiteindelijk de theologie ons verder helpt dan de filosofie, want de filosofie is menselijk denken en de theologie is godgeleerdheid, of we kunnen ook zeggen: de theologen zijn van God geleerd (tenzij het tegendeel bewezen wordt). In elk geval is het niet zo dat de theologie in de filosofie haar meerdere moet erkennen.
Van Riessen gebruikt de methode van de radicale scepsis bij het verklaren van AI (p. 167). Maar hier wordt niets verklaard en kan niets verklaard worden, want de toekomst is gehuld in nevelen, ook die van AI. Daarin heeft hij gelijk. Maar tegelijkertijd moet gezegd worden dat de methode van de radicale scepsis niet werkt , want dan zou je niets meer kunnen zeggen, terwijl er zoveel gezegd zou moeten worden. Beter is het een bewering te doen met een slag om de arm, maar die bewering zo goed mogelijk onderbouwen. Dan kun je dit inbrengen in de discussie met andere wetenschappers.
Het boek is een waar waagstuk. Moedig dat Van Riessen het gedaan heeft. Het is diepgravend en stemt tot denken. Hij voert filosofen aan als Fichte, Kant en Nietzsche om je gedachten te ondersteunen (hoewel hij het niet altijd met hen eens is). Het boek verdient de aandacht.
Een van de belangrijkste onderwerpen waarover ik schrijf, is geschiedenis. Door te kijken naar het verleden, kunnen we lessen trekken voor het heden en de toekomst. Mijn artikelen over geschiedenis zijn bedoeld om u te informeren en te inspireren om verder te kijken dan het oppervlak.
Lees meer artikelen
Impressies uit Turkije
Alanya
In de maanden april tot en met juni 2026 was ik interim-predikant van de Nederlandse Interkerkelijke Gemeente in Alanya, Turkije. Het was de derde keer dat we een periode in Turkije waren. Hier enkele impressies uit het land. Het land is prachtig. Alanaya ligt aan de Middellandse Zee. Het blauwe water strekt zich uit tot aan de horizon, fel beschenen door de zinderende zon. Op het water varen enkele bootjes of piratenschepen van rondvaartmaatschappijen. In de verte ligt de burchtheuvel. De burcht is eeuwen oud, dateert zelfs uit de tijd van de Romeinen. Ze wordt omgeven door muren.
Achter Alanya verheffen zich hoge bergen, het Taurusgebergte. Hier heeft de apostel Paulus eens voet gezet en heeft hij gereisd om het evangelie te verkondigen en gemeenten te stichten. De bergen zijn ruig en kaal, hier en daar een bos, hier en daar een vleugje sneeuw, dat er altijd blijft liggen. Boven in de bergen waait een verkoelend windje en zijn er geen bomen meer te vinden. Hier en daar ligt en dorpje verscholen, vaak voorzien van een moskee, maar tenminste van een gebedshuis. Elke vrijdag gaan de moslims naar de moskee. Vijf keer per dag worden ze opgeroepen tot gebed, maar ik heb nog niemand zijn kleedje zien uitrollen en zijn knieën buigen voor Allah. Misschien doen de mensen dat thuis, in het verborgene, misschien in het gebedshuis of in de moskee. De muezzin roept op tot gebed. Hij staat niet meer op de minaret, maar daar is een luidspreker. Een bandje wordt afgedraaid. De grootheid van Allah wordt geprezen. Mohammed is zijn profeet, alles in het Arabisch, want dat is de heilige taal van de islam. De moslims worden verondersteld de koran in het Arabisch te lezen, maar ik heb ook korans gezien met links de Arabische tekst en rechts de Turkse vertaling. In sommige moskeeën ligt de koran opengeslagen. Ik heb gehoord dat de Turken de Arabische tekst van de koran uit hun hoofd moeten leren en reciteren, maar dat ze die teksten niet begrijpen. Er is in de moskee ook een preekstoel, vanwaar de imam de preek houdt. Een nis in de muur geeft aan waar het Oosten is, de richting van Mekka. In die richting moeten de moslims bidden. De muezzin begint ’s morgens al heel vroeg met zijn gebedsoproep, als het nog donker is, kort voor het ochtendgloren. We slapen dan nog. Ook kraait de haan om aan te geven dat de dag binnenkort gaat aanbreken.
De moskee
In de moskee zitten enkele oude mannen. Ze hebben hun schoenen uitgedaan bij de ingang, “want de grond waarop gij staat is heilig”. Daarvóór hebben ze hun voeten gewassen bij de wasplaats. Ze moeten de moskee gereinigd betreden. Ze lezen geknield op de grond de koran. Ze hebben een gebedssnoer in de hand. Ze bidden om de erbarming van Allah. Vrouwen hebben we in de moskee niet zien bidden. Ze zitten op een aparte plaats in de moskee, afgescheiden van de mannen, afgescheiden door een soort hek.
De markt is ook een belevenis. Elke zaterdag gaan we naar de markt. Er zijn veel kramen met groente en fruit, alles vers van het land. We kopen sinaasappels, perziken, tomaten, sperziebonen, noem maar op. De vruchten zijn heerlijk sappig. De groenten zien er vers uit. De handelaren prijzen hun koopwaar aan. Sommigen hebben ook noten en kaas. Verderop zijn de kramen met kleding. Het is druk op de markt. Velen schuifelen langs de kramen. In het centrum van de stad heb je elke vrijdag de vrijdagmarkt. Ook daar is veel belangstelling voor. Daar dichtbij is de bazaar. Winkel aan winkel, veel te koop, maar weinig mensen. Waar blijven de toeristen? Handelaren proberen je naar binnen te sleuren en je over te halen iets te kopen. Ze bieden je koffie of thee aan, als je maar iets koopt. Je bent altijd hun vriend en wat ze aanbieden is tegen een vriendenprijs, nergens anders is het goedkoper. Ik drink een heerlijk kopje Turkse koffie. Ik heb destijds de Arabische koffie leren drinken in het oude Jeruzalem, waar de Arabische handelaren zijn, in de souk. De Turkse koffie is dezelfde als de Arabische. Je krijgt het in een klein kopje. Bovenin is de vloeibare koffie, heel sterk, onder in de drab. Je krijgt er ook een glaasje water bij, soms een snoepje. Of je krijgt thee in een theeglaasje. De Turken houden van thee, meer nog dan van de koffie. Die kon je later op de dag niet eens meer krijgen.
Dicht bij de vrijdagmarkt is het busstation. Daar staan de bussen die rijden naar de plaatsen in de omgeving. Het busnet is dichter dan het spoorwegnet. Vanuit mijn studeerkamer zie ik de bergen. Nu zinderen ze in de zon. Hier en daar zijn er huizen tegen de berg aangeplakt. In de bergen is het koeler dan beneden. Daarom wonen de mensen liever in de bergen dan in de hete stad. Er is altijd wel een zuchtje wind vanuit de zee. Loom waaien de takken van de bomen in de wind. Overal zie je bomen en groen. Zelfs in de stad zijn er vruchtbomen: sinaasappelbomen, citroenbomen, perzikbomen, noem maar op. En vaak hebben de bomen geurige bloemen, zoals jasmijn. In de verte ruik je ze al. De oleanders zijn prachtig om te zien. De bloemen hebben soms felrode kleuren, of roze.
Boodschappen
Niet ver van ons huis is een winkeltje waar we vaak boodschappen doen. De eigenaren spreken alleen Turks en dat maakt de communicatie soms lastig. Verder dan “merhaba” en “tesekürler” kom ik niet. We kopen er vers brood, melk en vleeswaar. Varkensvlees en alcohol worden er niet verkocht. Dat is verboden door de koran. In andere winkels kun je wel alcohol kopen. Waarschijnlijk vatten de eigenaren daarvan de koran niet zo strikt op. Bij de bakker verderop kopen we vers brood. We zien dat het brood gebakken wordt. Met lange stokken wordt het brood dampend uit de oven gehaald. Je kunt er ook heerlijke worteltaart kopen. Vooral tegen het weekend is het er druk. Turkije is rijk aan geschiedenis en cultuur. De Romeinen, Byzantijnen, Seldsjoeken en Arabieren hebben er geheerst en nu de Turken. Veel Byzantijnse kerken zijn omgebouwd tot moskeeën. Van de christelijke kerk is nauwelijks meer iets over. De zeven gemeenten van Klein-Azië, aan wie de apostel Paulus brieven schreef, zijn er niet meer. Hier en daar zie je nog ruïnes van kerken. De kerk is bijna weggevaagd. In Istanboel heb je nog wel kerken, vaak Griekse, een enkele Amerikaanse. De Nederlandse gemeente van Alanya is de enige Nederlandssprekende kerk in Turkije. De gemeente is en unicum en het is de moeite waard die te behouden. De christelijke presentie in Turkije is meer dan symbolisch. In de buurt van Alanya zijn enkele ruïnes van oude steden. Er zijn zelfs ruïnes die nog niet opgegraven zijn. Ze liggen onder het zand, bedekt met struikgewas. Hier en daar steekt er een antieke pilaar of stadsmuur uit het zand of boven het struikgewas uit. De Turkse overheid kan niet alle ruïnes uitgraven. Dat zou te duur zijn. In het museum van Alanya zie je nog resten van oude culturen. Het is alleszins de moeite waard om dit soort musea te bezoeken. Je komt in aanraking met culturen die duizenden jaren oud zijn.
Feesten
We hebben ook enkele feesten meegemaakt. Daar was het Suikerfeest, aan het eind van de Ramadan, de vastentijd. De vastentijd wordt gebroken door een iftarmaaltijd, na zonsondergang. Vreemden worden daarvoor ook uitgenodigd. Maar veel Turken doen niet aan de Ramadan. Ze leven gewoon door. Daar is het feest van de stichting van de republiek, de eerste vergadering van de nationale raad, op 23 april. De mensen hadden vrij en flaneerden door de stad. Of ze zaten op het grasveld te picknicken, te genieten van het mooie weer. Hele families zaten bij elkaar. Ze hadden eten en drinken meegenomen. Het derde feest was het Offerfeest. De moslims herdenken dan het offer van Abraham. Hij moest zijn zoon Izaäk offeren. Dit feest duurt een hele week. Veel winkels en kantoren waren dicht. Het was stil op straat. De Turken trekken naar familie op het platteland. Daar worden de schapen geslacht en opgegeten. Er is ontmoeting en gesprek. Soms reizen de Turken honderden kilometers om dit feest bij hun familie te vieren. Het vierde feest tenslotte dat we meemaakten is het Noachfeest. De moslims vieren dan dat Noach met zijn ark strandde op de Ararat. “Asjoera” wordt dit feest genoemd. Men vergast zijn vrienden en buren met lekkere hapjes en drankjes. Zo kregen wij van de buurvrouw een lekkere maaltijdsoep aangeboden, bestaande uit gort, noten en vruchten. Ze had een heel dienblad bij zich met koppen soep. Kennelijk ging ze heel het flatgebouw rond. De gastvrijheid staat hier in hoog aanzien. De gastvrijheid is een van de kenmerken van het Oosten.
Gezelligheid
Gezelligheid kent geen grenzen in Turkije. Voor de winkeltjes zitten mannen met elkaar te praten. Ze drinken gezellig thee met elkaar. Ze wachten op hun klanten. Vrouwen zie je niet. Die haasten zich over straat, naar huis. Veel vrouwen blijven binnenshuis. Soms zijn ze gesluierd. Dat geldt niet voor de moderne vrouwen die buitenshuis werken en modern gekleed gaan. Hier en daar wordt een waterpijp gerookt, misschien een reminiscentie uit het verleden.
Op vrijdag gaan veel moslims naar de moskee voor het vrijdaggebed, maar velen blijven ook thuis. “Ik geloof niet in God, maar in de wetenschap”, zei iemand tegen mij. Ook hier secularisatie. Op vrijdag zijn de winkels gewoon open. Op zondag zijn winkels soms gesloten, soms open. De Turken dragen geen fez meer. Dat heeft Atatürk verboden. Hij heeft veel westerse ideeën doorgevoerd. Hij was de stichter van de moderne republiek Turkije. Dat was in 1923. Hij wordt door velen nog geëerd. Overal zie je nog zijn afbeelding. Elk openbaar gebouw is verplicht een portret van hem neer te hangen.
De Turken houden van zoet. In de winkels liggen hopen snoep en taartjes opgetast. Bekend is de baklava, een mierzoet gebak.
De inflatie in Turkije is hoog. Elke dag is het Turkse pond, de lira, minder waard. Soms loop je met stapels bankbiljetten in je portemonnee. De prijzen stijgen ook. Voor menig Turk is dit een probleem.
Turkije is een interessant, gastvrij land, waar veel te beleven valt. De Oosterse sfeer is overal te proeven.
“Go Turkey”, zeggen de Engelsen. Tegenwoordig is het “Go Türkiye”. Ik zou het doen.
Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen en inzichten van Emeritus Verbi Divini Minister Hans Végh. Laat u inspireren en verrijk uw kennis met boeiende verhalen en reflecties.
Ons verhaal
Beschrijving van het eiland Aruba
In 2021 waren we enkele maanden op Aruba, waar ik interim predikant van de Protestantse Gemeente was. Hier een beschrijving van het eiland.
Aruba is een klein eiland. De lengte is ongeveer 30 kilometer, de breedte 7. Er wonen ca. 110.000 mensen. De meesten zijn Arubanen. Ze spreken veelal vier talen: Papiaments, Nederlands, Engels en Spaans. De Latino’s vermeerderen in aantal. Nu zijn er ca. 30.000 Spaans sprekenden op het eiland. De hoofdstad van het eiland is Oranjestad. Hier wonen ca. 30.000 mensen. De stad is verdeeld in verschillende wijken, maar de grenzen zijn niet duidelijk afgebakend. Er is een haven, waar de cruiseschepen afmeren. Ze brengen duizenden toeristen naar het eiland. Die brengen veel geld in het laatje. Het toerisme is de belangrijkste bron van inkomsten.
De meeste Arubanen zijn Rooms-katholiek. Protestanten vormen een kleine minderheid. Verder heb je een keur aan evangelische en pinksterkerken. Bijna op elke straathoek heb je er een. Ze hebben vaak welluidende namen, zoals Church of God en Church of Christ of Bible Church.
Het grootste gedeelte van het eiland is vlak. Hier en daar zijn er lage bergen. De hoogste berg is de Jamanota. Deze ligt in het nationale park en is 188 meter hoog. Vele bergen zijn oude vulkaankegels. Honderdduizenden jaren geleden waren deze vulkanen actief. Ze braakten grote rotsstenen uit, die nu her en der over het eiland verspreid liggen. Ze dienden vroeger de indianen tot woning. Hier en daar zie je nog rotstekeningen van de indianen. De stam die het meest bekend is zijn de Arowaken. Het is niet precies bekend wanneer ze uit Venezuela naar Aruba kwamen. Sommige bronnen zeggen 2000 v.C., andere 600 of 1000 n.C.
Het eiland is veelal dor en droog. Het gras is bruin verbrand. Her en der staan er schrale struiken. Er waait een harde wind.
De meeste Arubanen wonen aan de zuidkust. Daar heb je een aaneenschakeling van woonkernen. De zee is daar ook kalm en rustig. Vandaar dat de toeristische hotels zich hier ook bevinden, met name in het noorden. Aan de zuidkust bevinden zich enkele barrière-eilanden. Een van hen is een toeristisch complex. Ze worden begroeid door mangrovebossen. Bij Oranjestad heb je ook jachthavens, die vol liggen met luxe plezierjachten.
Bij Oranjestad is er ook het vliegveld, waar duizenden toeristen op het eiland aankomen. De vliegtuigen komen en gaan. Veel toeristen komen uit Amerika. Daardoor is het eiland op Amerika georiënteerd.
Het noordelijk gedeelte van het eiland is dor en droog, woestijnachtig. De zee is hier ruw. Met grote kracht spat het water te pletter tegen de rotsen. Het is levensgevaarlijk hier te zwemmen.
Hier en daar vind je goudmijnen. Maar deze zijn al lang gesloten, omdat ze onrendabel waren. Maar er kwam dus wel goud voor op het eiland.
In het zuiden vind je de olieraffinaderij. De olie werd met schepen vanuit Venezuela naar Aruba gebracht en hier geraffineerd. Met tankers werd de olie dan verder getransporteerd. Sinds enkele jaren is de raffinaderij gesloten. Dat betekent ook geen luchtvervuiling meer. De raffinaderij staat te roesten, evenals de vele olietanks.
Ongeveer 25 procent van het eiland wordt ingenomen door het nationaal park Arikok. Daar is de natuur nog ongerept. Hier wordt de natuur nog beschermd. Maar goed ook, anders zou het hele eiland vol staan met hotels.
Er zijn veel woonkernen op het eiland. Ze hebben wel een Rooms-katholieke kerk, maar geen centrum, zoals in Europa.
Er groeien veel palmen op het eiland. Sommigen zijn geplant om de toeristen te behagen. Ook de dividivibomen zijn kenmerkend. Je kunt aan hen zien vanuit welke hoek de wind waait. Verder zijn er veel cacteeën in allerlei soort: zuilcactussen, lidcactussen en bolcactussen,
Hier en daar schiet een leguaan of een hagedis voorbij. Ook zie je hier en daar wilde ezels en wilde geiten. In de lucht vliegen trupialen, kolibries, suikerdiefjes of mussen. Vooral de trupiaal heeft mooie kleuren.
Bij de hotels heb je mooie zandstranden. Ze zijn breed en lang. Op andere plaatsen zijn er rotsen aan de kust of is er zeegras. Hier en daar huist er een zee-egel tussen dat gras. Verder zwemmen er scholen vissen van allerlei soort.
Het regent weinig op het eiland, maar als het regent komt het water met bakken uit de hemel. Het is of je onder de douche staat. Het is meestal warm en zonnig. De zon brandt soms ongenadig aan de hemel. Gelukkig is er steeds een passaatwind, die wat verkoeling brengt. Was die er niet, dan zou het weer heel wat onaangenamer zijn.
Wij zijn een toegewijd team dat zich inzet om uitzonderlijke ervaringen te creëren. Onze focus ligt op het leveren van betrouwbare en innovatieve oplossingen, gedreven door respect voor kwaliteit en een oprechte wens om verwachtingen te overtreffen.
Onze geschiedenis
Vanaf ons bescheiden begin zijn we gegroeid door grote toewijding en een streven naar voortdurende verbetering. Elke stap heeft ons geloof in de kracht van samenwerking en het belang van integriteit versterkt. We zijn gepassioneerd over wat we doen en we vinden het geweldig om ons verhaal met jou te delen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb