EEN LICHT OP MIJN PAD
Gedachten over Ps. 119:105 en 106
Meest gelezen
Het boek van de Psalmen is een van de meest gelezen boeken uit de Bijbel. Hoe komt dat? Dat komt, omdat we zoveel in de psalmen herkennen. Ze lijken zo menselijk. Niet voor niets wordt het boek van de Psalmen in de joodse kanon gerekend tot de geschriften. Men beschouwt de geschriften als een menselijke reactie op de thora, de eerste vijf boeken van de Bijbel, de boeken van Mozes.
Vaak uit de dichter van een psalm een klacht tot God. Hij schreeuwt soms om hulp. Een voorbeeld is Ps. 22:2, waar we lezen: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten? U blijft ver weg en redt mij niet, ook al schreeuw ik het uit”. Deze woorden heeft Jezus ook uitgeroepen aan het kruis. Voor Hem was God ver weg en Hij schreeuwde om zijn hulp. Hij voelde Zich van God en mens verlaten.
Vaak ook dankt de dichter God voor zijn redding. God heeft zijn gebed verhoord. Hij kan weer verder gaan in zijn leven.
En we lezen dan ook vaak, dat de psalmdichter God looft en prijst vanwege zijn grote daden. Hij maakt Gods naam groot.
Deze drie elementen (klacht, dank en lofprijzing) vinden we vaak terug in een en dezelfde psalm. Het kan ook zijn, dat er veel tijd zit tussen de verschillende onderdelen van een psalm, bijvoorbeeld tussen klacht en dankzegging en tussen dankzegging en lofprijzing.
De psalmen werden vaak gezongen tijdens de pelgrimstochten van de Israëlieten naar Jeruzalem. Ze gingen en masse naar Jeruzalem om God te aanbidden in de tempel of om de grote feesten te vieren, zoals het Paasfeest, het Pinksterfeest of het Loofhuttenfeest. Deze psalmen noemen we pelgrimsliederen.
Ook werden psalmen gezongen in de tempel door een priesterkoor. Ze vonden dan hun plaats in de eredienst. Soms staat boven een psalm geschreven waarvoor hij bedoeld is.
Naar het voorbeeld van het Oude Testament zingen ook wij psalmen in de eredienst. Sommige psalmen zijn populair en bekend, andere minder.
Psalm 119, waarvan ik nu de verzen 105 en 106 ga bespreken, is een van de bekendere psalmen. De gemeente zingt hem graag.
De vreugde van de wet
In deze psalm gaat het over de vreugde van de wet. Voor veel mensen het woord “wet” iets strengs en kouds. Men denkt aan strenge aanwijzingen en knellende voorschriften. Maar zo is het woord wet in de Bijbel niet bedoeld. Het Hebreeuwse woord voor wet betekent zoiets als “richtingaanwijzing”. Hier op Curaçao staan er soms nog oude ANWB-borden, die de weg wijzen naar een wijk of dorp. Zo is de wet in het Oude Testament bedoeld. De wet van God geeft richting aan ons leven. De wet van God is niet bedoeld om ons te knellen, maar juist om ons in de vrijheid te zetten, om onze vrijheid te garanderen. De wet staat als het ware als een omheining om onze vrijheid, om die te beschermen. Want wat heb je aan vrijheid als er wetteloosheid is? In sommige landen heerste er anarchie (wetteloosheid) en in sommige landen is dat nog zo. De regering functioneert niet meer, de beschermende hand van leger en politie is weggevallen. Ieder doet wat goed is in zijn ogen. Met alle gevolgen van dien: men is niet meer zeker van zijn leven of van zijn bezittingen. Ze kunnen elk moment worden afgenomen door gewapende benden en criminelen.
God heeft Israël en ons dus de wet gegeven om onze vrijheid te garanderen. Toen God in de Sinaï-woestijn aan het volk zijn geboden gaf, waren die geboden bedoeld om het leven in het nieuwe, beloofde land, te reguleren. In het Beloofde Land moest er een geordende maatschappij komen, waar het goed was om te toeven. Het ideaal van elke Israëliet was te zitten onder zijn vijgenboom en wijnranken, in rust en vrede.
In Israël werd de wet dus niet als iets negatiefs gezien, maar juist als een bron van vreugde. Nog heden ten dagen vieren de joden het feest van de vreugde der wet.
Zo uit de dichter van Psalm 119 vers na vers zijn vreugde over Gods wet. Gods wet is ook zijn woord. God heeft zijn wetten doorgegeven via Mozes. “Uw woord is een lamp voor mijn voet”, zegt de dichter in vers 105. Wat bedoelt hij daar precies mee? In het Israël van zijn dagen waren de straten ’s avonds heel vaak niet verlicht. Je moest oppassen, dat je niet in een kuil viel. Daarom had je een lantaarn nodig, zodat je kon zien waar je liep en niet struikelde en je been brak. Die lantaarn gaf licht in de duisternis. Zo ziet de dichter Gods woord als een lamp voor zijn voet, een licht op zijn pad. Soms leven we geestelijk in duisternis. Veel mensen kennen God niet. Ze hebben Hem nooit gekend of ze kennen Hem niet meer. In onze dagen is er veel geloofsafval. Aan de ene kant is dit een verdrietige zaak. Mensen raken los van God en zijn gebod met alle gevolgen van dien. De wet van God wordt steeds meer terzijde gelegd. Het lijkt wel of de mens zelf zijn wetten stelt in plaats van te luisteren naar Gods gebod. Een van de gevolgen hiervan is, dat de onveiligheid in onze wereld toeneemt en dat er meer criminaliteit is, fraude en bedrog. Velen kennen het verschil tussen het mijn en dijn niet meer. Aan de andere kant heeft Jezus gevraagd aan zijn discipelen: “Zal de Mensenzoon nog geloof vinden op aarde als Hij terugkomt?”
Rechtvaardige voorschriften
De psalmdichter zegt in vers 106, dat hij zweert zich te houden aan Gods rechtvaardige voorschriften. Hij wil niet meedoen aan de wetteloosheid. Hij wil zich laten leiden in zijn doen en laten door Gods wet. Hij drukt zich heel sterk uit: hij zweert zich te houden aan Gods wet. Hij roept Gods naam aan bij dat voornemen. En dat is nogal wat. Hij roept iedereen op om er getuige van te zijn, dat hij zich houdt aan Gods voorschriften. Hij noemt die rechtvaardig. Dat Gods voorschriften rechtvaardig zijn, is zijn drijfveer. Gods woord en wet hebben voor hem gezag. En hij voegt eraan toe: “En ik zal mijn eed gestand doen”. Hij is er zeker van, dat hij zich gaat houden aan Gods wetten. Nu is iedereen een zondaar, ook de dichter van Psalm 119. Niemand kan zich voor de volle honderd procent houden aan Gods wet. De apostel Paulus heeft dat in het Nieuwe Testament heel duidelijk laten zien. Leest u zijn brieven er maar op na. We zijn zondaren en we hebben vergeving nodig. En we mogen weten: als we onze schuld belijden en vragen om vergeving op grond van het werk van Jezus Christus in kruis en opstanding, dan is er vergeving. En voor die vergeving mogen we dankbaar zijn. We mogen die dankbaarheid ook uiten in onze woorden en daden. We mogen voortaan een oprecht voornemen hebben ons leven te beteren en te leven naar Gods wil en wet. In die zin mogen we de woorden van de dichter van Psalm 119 ook verstaan. We mogen het Oude Testament ook lezen in het licht van het Nieuwe. We mogen ons ter harte nemen wat Jezus gezegd heeft over wet en profeten.
Psalm 119 laat ons dus zien, dat we ook in deze tijd van terrorisme en geweld, oorlog en armoede, honger en ziekte, Gods wet mogen gehoorzamen. Gods wet wil een heilzame uitwerking hebben op deze wereld en op ons persoonlijk. Hoe zou deze wereld er uit zien als iedereen zich hield aan Gods wet? Die vraag kunt u zelf beantwoorden.
Psalm 119 laat ons ook zien, dat ons geloof een houvast kan bieden in de duisternis, met name Gods woord kan dat doen.
We mogen bidden voor deze wereld, dat die Gods woord aanneemt en daarnaar leeft. We mogen bidden voor onze kinderen, die soms niet meer naar de kerk gaan, dat zij het licht van het Woord (weer) gaan zien; dat ze daaraan geestelijk houvast zullen krijgen.
Ja, het geldt voor ons allemaal, wie we ook zijn en waar we ook vandaan komen: Gods Woord is een licht op ons pad.
over zingeving
Welkom op de 'Artikelen' pagina van Emeritus Verbi Divini Minister Hans Végh. Hier deel ik graag mijn gedachten en inzichten om u iets mee te geven op uw levenspad. Deze artikelen zijn bedoeld om te inspireren en aan te zetten tot nadenken.

Duik in de geschiedenis
Een van de belangrijkste onderwerpen waarover ik schrijf, is geschiedenis. Door te kijken naar het verleden, kunnen we lessen trekken voor het heden en de toekomst. Mijn artikelen over geschiedenis zijn bedoeld om u te informeren en te inspireren om verder te kijken dan het oppervlak.

Gedachten om mee te nemen
Na het lezen van een artikel hoop ik dat u zich geïnspireerd voelt om dieper in het onderwerp te duiken. Of het nu gaat om het lezen van meer boeken, het bezoeken van historische plaatsen, of het bespreken van de ideeën met anderen, ik moedig u aan om uw kennis te vergroten en uw eigen perspectief te ontwikkelen.
Lees meer artikelen
Impressies uit Turkije
Alanya
In de maanden april tot en met juni 2026 was ik interim-predikant van de Nederlandse Interkerkelijke Gemeente in Alanya, Turkije. Het was de derde keer dat we een periode in Turkije waren. Hier enkele impressies uit het land. Het land is prachtig. Alanaya ligt aan de Middellandse Zee. Het blauwe water strekt zich uit tot aan de horizon, fel beschenen door de zinderende zon. Op het water varen enkele bootjes of piratenschepen van rondvaartmaatschappijen. In de verte ligt de burchtheuvel. De burcht is eeuwen oud, dateert zelfs uit de tijd van de Romeinen. Ze wordt omgeven door muren.
Achter Alanya verheffen zich hoge bergen, het Taurusgebergte. Hier heeft de apostel Paulus eens voet gezet en heeft hij gereisd om het evangelie te verkondigen en gemeenten te stichten. De bergen zijn ruig en kaal, hier en daar een bos, hier en daar een vleugje sneeuw, dat er altijd blijft liggen. Boven in de bergen waait een verkoelend windje en zijn er geen bomen meer te vinden. Hier en daar ligt en dorpje verscholen, vaak voorzien van een moskee, maar tenminste van een gebedshuis. Elke vrijdag gaan de moslims naar de moskee. Vijf keer per dag worden ze opgeroepen tot gebed, maar ik heb nog niemand zijn kleedje zien uitrollen en zijn knieën buigen voor Allah. Misschien doen de mensen dat thuis, in het verborgene, misschien in het gebedshuis of in de moskee. De muezzin roept op tot gebed. Hij staat niet meer op de minaret, maar daar is een luidspreker. Een bandje wordt afgedraaid. De grootheid van Allah wordt geprezen. Mohammed is zijn profeet, alles in het Arabisch, want dat is de heilige taal van de islam. De moslims worden verondersteld de koran in het Arabisch te lezen, maar ik heb ook korans gezien met links de Arabische tekst en rechts de Turkse vertaling. In sommige moskeeën ligt de koran opengeslagen. Ik heb gehoord dat de Turken de Arabische tekst van de koran uit hun hoofd moeten leren en reciteren, maar dat ze die teksten niet begrijpen. Er is in de moskee ook een preekstoel, vanwaar de imam de preek houdt. Een nis in de muur geeft aan waar het Oosten is, de richting van Mekka. In die richting moeten de moslims bidden. De muezzin begint ’s morgens al heel vroeg met zijn gebedsoproep, als het nog donker is, kort voor het ochtendgloren. We slapen dan nog. Ook kraait de haan om aan te geven dat de dag binnenkort gaat aanbreken.
De moskee
In de moskee zitten enkele oude mannen. Ze hebben hun schoenen uitgedaan bij de ingang, “want de grond waarop gij staat is heilig”. Daarvóór hebben ze hun voeten gewassen bij de wasplaats. Ze moeten de moskee gereinigd betreden. Ze lezen geknield op de grond de koran. Ze hebben een gebedssnoer in de hand. Ze bidden om de erbarming van Allah. Vrouwen hebben we in de moskee niet zien bidden. Ze zitten op een aparte plaats in de moskee, afgescheiden van de mannen, afgescheiden door een soort hek.
De markt is ook een belevenis. Elke zaterdag gaan we naar de markt. Er zijn veel kramen met groente en fruit, alles vers van het land. We kopen sinaasappels, perziken, tomaten, sperziebonen, noem maar op. De vruchten zijn heerlijk sappig. De groenten zien er vers uit. De handelaren prijzen hun koopwaar aan. Sommigen hebben ook noten en kaas. Verderop zijn de kramen met kleding. Het is druk op de markt. Velen schuifelen langs de kramen. In het centrum van de stad heb je elke vrijdag de vrijdagmarkt. Ook daar is veel belangstelling voor. Daar dichtbij is de bazaar. Winkel aan winkel, veel te koop, maar weinig mensen. Waar blijven de toeristen? Handelaren proberen je naar binnen te sleuren en je over te halen iets te kopen. Ze bieden je koffie of thee aan, als je maar iets koopt. Je bent altijd hun vriend en wat ze aanbieden is tegen een vriendenprijs, nergens anders is het goedkoper. Ik drink een heerlijk kopje Turkse koffie. Ik heb destijds de Arabische koffie leren drinken in het oude Jeruzalem, waar de Arabische handelaren zijn, in de souk. De Turkse koffie is dezelfde als de Arabische. Je krijgt het in een klein kopje. Bovenin is de vloeibare koffie, heel sterk, onder in de drab. Je krijgt er ook een glaasje water bij, soms een snoepje. Of je krijgt thee in een theeglaasje. De Turken houden van thee, meer nog dan van de koffie. Die kon je later op de dag niet eens meer krijgen.
Dicht bij de vrijdagmarkt is het busstation. Daar staan de bussen die rijden naar de plaatsen in de omgeving. Het busnet is dichter dan het spoorwegnet. Vanuit mijn studeerkamer zie ik de bergen. Nu zinderen ze in de zon. Hier en daar zijn er huizen tegen de berg aangeplakt. In de bergen is het koeler dan beneden. Daarom wonen de mensen liever in de bergen dan in de hete stad. Er is altijd wel een zuchtje wind vanuit de zee. Loom waaien de takken van de bomen in de wind. Overal zie je bomen en groen. Zelfs in de stad zijn er vruchtbomen: sinaasappelbomen, citroenbomen, perzikbomen, noem maar op. En vaak hebben de bomen geurige bloemen, zoals jasmijn. In de verte ruik je ze al. De oleanders zijn prachtig om te zien. De bloemen hebben soms felrode kleuren, of roze.
Boodschappen
Niet ver van ons huis is een winkeltje waar we vaak boodschappen doen. De eigenaren spreken alleen Turks en dat maakt de communicatie soms lastig. Verder dan “merhaba” en “tesekürler” kom ik niet. We kopen er vers brood, melk en vleeswaar. Varkensvlees en alcohol worden er niet verkocht. Dat is verboden door de koran. In andere winkels kun je wel alcohol kopen. Waarschijnlijk vatten de eigenaren daarvan de koran niet zo strikt op. Bij de bakker verderop kopen we vers brood. We zien dat het brood gebakken wordt. Met lange stokken wordt het brood dampend uit de oven gehaald. Je kunt er ook heerlijke worteltaart kopen. Vooral tegen het weekend is het er druk. Turkije is rijk aan geschiedenis en cultuur. De Romeinen, Byzantijnen, Seldsjoeken en Arabieren hebben er geheerst en nu de Turken. Veel Byzantijnse kerken zijn omgebouwd tot moskeeën. Van de christelijke kerk is nauwelijks meer iets over. De zeven gemeenten van Klein-Azië, aan wie de apostel Paulus brieven schreef, zijn er niet meer. Hier en daar zie je nog ruïnes van kerken. De kerk is bijna weggevaagd. In Istanboel heb je nog wel kerken, vaak Griekse, een enkele Amerikaanse. De Nederlandse gemeente van Alanya is de enige Nederlandssprekende kerk in Turkije. De gemeente is en unicum en het is de moeite waard die te behouden. De christelijke presentie in Turkije is meer dan symbolisch. In de buurt van Alanya zijn enkele ruïnes van oude steden. Er zijn zelfs ruïnes die nog niet opgegraven zijn. Ze liggen onder het zand, bedekt met struikgewas. Hier en daar steekt er een antieke pilaar of stadsmuur uit het zand of boven het struikgewas uit. De Turkse overheid kan niet alle ruïnes uitgraven. Dat zou te duur zijn. In het museum van Alanya zie je nog resten van oude culturen. Het is alleszins de moeite waard om dit soort musea te bezoeken. Je komt in aanraking met culturen die duizenden jaren oud zijn.
Feesten
We hebben ook enkele feesten meegemaakt. Daar was het Suikerfeest, aan het eind van de Ramadan, de vastentijd. De vastentijd wordt gebroken door een iftarmaaltijd, na zonsondergang. Vreemden worden daarvoor ook uitgenodigd. Maar veel Turken doen niet aan de Ramadan. Ze leven gewoon door. Daar is het feest van de stichting van de republiek, de eerste vergadering van de nationale raad, op 23 april. De mensen hadden vrij en flaneerden door de stad. Of ze zaten op het grasveld te picknicken, te genieten van het mooie weer. Hele families zaten bij elkaar. Ze hadden eten en drinken meegenomen. Het derde feest was het Offerfeest. De moslims herdenken dan het offer van Abraham. Hij moest zijn zoon Izaäk offeren. Dit feest duurt een hele week. Veel winkels en kantoren waren dicht. Het was stil op straat. De Turken trekken naar familie op het platteland. Daar worden de schapen geslacht en opgegeten. Er is ontmoeting en gesprek. Soms reizen de Turken honderden kilometers om dit feest bij hun familie te vieren. Het vierde feest tenslotte dat we meemaakten is het Noachfeest. De moslims vieren dan dat Noach met zijn ark strandde op de Ararat. “Asjoera” wordt dit feest genoemd. Men vergast zijn vrienden en buren met lekkere hapjes en drankjes. Zo kregen wij van de buurvrouw een lekkere maaltijdsoep aangeboden, bestaande uit gort, noten en vruchten. Ze had een heel dienblad bij zich met koppen soep. Kennelijk ging ze heel het flatgebouw rond. De gastvrijheid staat hier in hoog aanzien. De gastvrijheid is een van de kenmerken van het Oosten.
Gezelligheid
Gezelligheid kent geen grenzen in Turkije. Voor de winkeltjes zitten mannen met elkaar te praten. Ze drinken gezellig thee met elkaar. Ze wachten op hun klanten. Vrouwen zie je niet. Die haasten zich over straat, naar huis. Veel vrouwen blijven binnenshuis. Soms zijn ze gesluierd. Dat geldt niet voor de moderne vrouwen die buitenshuis werken en modern gekleed gaan. Hier en daar wordt een waterpijp gerookt, misschien een reminiscentie uit het verleden.
Op vrijdag gaan veel moslims naar de moskee voor het vrijdaggebed, maar velen blijven ook thuis. “Ik geloof niet in God, maar in de wetenschap”, zei iemand tegen mij. Ook hier secularisatie. Op vrijdag zijn de winkels gewoon open. Op zondag zijn winkels soms gesloten, soms open. De Turken dragen geen fez meer. Dat heeft Atatürk verboden. Hij heeft veel westerse ideeën doorgevoerd. Hij was de stichter van de moderne republiek Turkije. Dat was in 1923. Hij wordt door velen nog geëerd. Overal zie je nog zijn afbeelding. Elk openbaar gebouw is verplicht een portret van hem neer te hangen.
De Turken houden van zoet. In de winkels liggen hopen snoep en taartjes opgetast. Bekend is de baklava, een mierzoet gebak.
De inflatie in Turkije is hoog. Elke dag is het Turkse pond, de lira, minder waard. Soms loop je met stapels bankbiljetten in je portemonnee. De prijzen stijgen ook. Voor menig Turk is dit een probleem.
Turkije is een interessant, gastvrij land, waar veel te beleven valt. De Oosterse sfeer is overal te proeven.
“Go Turkey”, zeggen de Engelsen. Tegenwoordig is het “Go Türkiye”. Ik zou het doen.
Blijf op de hoogte van de nieuwste artikelen en inzichten van Emeritus Verbi Divini Minister Hans Végh. Laat u inspireren en verrijk uw kennis met boeiende verhalen en reflecties.
Maak jouw eigen website met JouwWeb